Beschuitje hagelslag

Dat is wat ze altijd at tijdens het ontbijt. Tenminste, voor zover ik het me kan herinneren en in ieder geval de keren dat mijn zus en ik bij haar en onze oom bleven logeren. In de keuken op de barkruk zittend, met een kopje thee. Keuvelend in de badjas en  zorgend voor ons. We waren nog jong, mijn zus en ik en logeren bij tante en oom was als een tweede thuis.

Het zijn de kleine dingen die mij zijn bijgebleven; het logeren als papa en mama samen op vakantie gingen, de Bouquet reeks boekjes die ergens lagen en die ik op enig moment verslond, Quinta die we samen uitlieten en werd aangevallen door de buurhonden en die zij dan weer verjaagde door heel hard met haar paraplu op de honden te slaan.

Het is altijd achteraf dat we denken; had ik maar vaker aangewaaid, meer gebeld of vaker een kop koffie gedaan. Waren we maar ingegaan op de laatste uitnodiging die ze deden, dan hadden we nog samen kunnen babbelen over de dingen die haar bezig hielden.

In 1988 logeren we weer, Olympische Spelen worden gekeken, met het Olympisch Ontbijt van Koos Postema, verschillende mensen schuiven aan en ook Theo en Thea plus hond, die de boterhammen van de tafel vrat. We kijken elke ochtend, tv aan bij het ontbijt, sport volgen, meejuichen bij goud en lachen om de gasten. Zo huiselijk, zo thuis en tegelijk zo anders.

Veel later het moment dat ze opgenomen werd in het ziekenhuis met kanker, inmiddels 20 jaar geleden en ze tegen mij zei: ‘Dit gevecht ga ik aan, ik ga hier niet aan onderdoor hoor!’ Het was een gevecht, we wisten niet waar het toe zou leiden maar dat moment dat ze genezen verklaard werd, weer ging tennissen en ze inderdaad de kanker overwonnen had, ik weet het nog zo… Ze knokte zich terug en ging ‘gewoon door’.

En toen ik wonende in Hilversum, op de woensdag niet werkend mijn moeder met haar zus wel eens opzocht, samen koffie drinkend bij V&D en ik hun kwebbelend aantrof. Om daarna de markt nog even over te gaan, stofjes te voelen en plantjes te halen. Ze wilde altijd stofjes voelen…

Natuurlijk werd ze ouder, ging het autorijden niet meer zo goed en toen ze de auto bij de voetbalvereniging in de bosschage parkeerde is ze er volgens mij mee gestopt. Hilarisch verhaal, tussen twee bomen eindigend en er niet meer uit kunnen en tegelijk de trieste bevestiging dat sommige dingen niet meer gaan naarmate men ouder wordt.

De keren dat ik haar zag, bij mijn ouders of bij hun thuis was er altijd aandacht. Ongeacht met welke man ik was, welk werk ik deed of waar ik woonde, er was altijd een lief woord, een dubbele kus en oprechte interesse waar ik mee bezig was. De stiefkinderen ontvingen altijd een verjaardagskaart en ik werd steevast gebeld met mijn verjaardag. Soms wel nadat ze eerst een paar jaar achter elkaar steeds mijn oude mobiele nummer belde en zo keer op keer een oud-collega sprak. Die, toen ik hem weer een keer trof ontroerd was dat ze me altijd belde, en me zo ook kon feliciteren voor mijn verjaardag.

Hun aanwezigheid op ons huwelijk was een cadeautje, smullend alle gamba’s met kop en staart en al in haar mond stoppend genoot zij en ik genoot weer van haar. Hoe ouder ze werd, hoe kleiner ze werd, hoe fragieler ze werd en hoe duidelijk het werd dat ze heel langzaam aftakelde. Om vervolgens als een pittige tante zittend op de bank ons terecht te wijzen ‘dat kan ik écht nog wel zelf hoor!’.

De beschuitjes hagelslag, het wrijven over mijn buik als ik buikpijn had, haar luchtje, de aandacht, het kaatje knobbel wat ze kon zijn, de boerenkool met worst met Kerst, het lachje, haar gebit die exact de mijne is, het er altijd goed verzorgd uit willen zien, haar gestifte lippen, het trots zijn op haar kinderen en kleinkinderen, de liefde voor haar man en familie en ook haar heerlijke koppigheid…. Ik ga het missen.

Ze is niet meer. Woensdagochtend 10 april is mijn liefste tante overleden. Blij dat we nog afscheid hebben kunnen nemen en dat ik haar veel dubbele kusjes heb kunnen geven. Een deel van haar zit in mij en alle mooie herinneringen zal ik koesteren.

Rust zacht liefste Riek… Vanaf nu zal ik met extra veel liefde de beschuitjes hagelslag eten, denkend aan die ene engel die óók daarboven precies weet wat ze wil…!

Verlaten


Photo by Mantas Hesthaven on Unsplash

Mijn echtgenoot gaat me verlaten…. Ik blijf alleen achter op de boot, slaap alleen in ons bed, eet alleen aan onze tafel de maaltijden die ik met tegenzin voor mezelf ga klaarmaken; koken voor twee of meer is toch altijd leuker dan voor één….. Wees gerust: manlief heeft een opdracht in het buitenland aangenomen, dus heb ik het rijk voor mezelf de komende vijf tot zes weken.

Voor ons is dat weer een nieuwe ontwikkeling in onze relatie. Want hoe gaan we dit ervaren? Ik ben alleen op de boot, houd mijn dagelijkse routine aan en hij is 7000 kilometer verderop druk aan het werk. Via de telefoon, WhatsApp en skype zulen we contact houden en overbrengen waar we mee bezig zijn. Het is een andere dimensie zeg maar. Dat denk ik tenminste want ik heb geen idee hoe het is om je geliefde voor meer dan één week te moeten missen.

Aan de ene kant zijn het natuurlijk máár 5 weken en aan de andere kant zijn het wel 5 héle weken! En de week dat hij weer thuis zal zijn is ook van korte duur want snel daarna gaat hij ergens anders weer aan het werk, iets dichterbij maar toch nog 1500 kilometer verderop….  Al met al moet ik dus even wennen aan het vooruitzicht een tijdje alleen te zijn.

Voordelen genoeg: geen discussies meer over wie de meeste dekens in bed heeft, geen oordoppen (lees gesnurk) meer, gewoon de programma’s op tv kijken die ik wil kijken zonder de gefronste wenkbrauwen bij het zien van wéér een tenniswedstrijd, op ieder tijdstip van de dag kunnen eten zonder te overleggen, een volle koelkast die gevuld blijft met de dingen die ik haal (tenzij ik ze zelf opeet), zonder gêne alle ‘365’ dingen gewoon thuis kunnen doen, de hele tijd mijn eigen muziek keihard kunnen luisteren en zonder schuldgevoel met vrienden en vriendinnen de hort op kunnen…

Maar ja…. Ook geen lijf waar ik me aan kan opwarmen, geen glimlach als ik thuiskom, geen luisterend oor als ik mijn verhaal kwijt wil, niet samen koken en kletsen, plezier maken en samen lachen, geen knuffels wanneer ik het nodig heb (en ook wanneer ik het niet nodig heb maar wanneer we het gewoon fijn vinden), geen onverwachte kusjes, geen goede adviezen of opbeurende woorden als ik het ook even niet meer weet, niet dezelfde dingen tegelijk zeggen of denken, niet lopen geiten samen om niets, of mopperen op elkaar om niets en geen sterke man in de buurt waar ik even lekker tegenaan kan leunen omdat het kan en het mijn echtgenoot is…

Ik ben niet bang dat hij niet terug komt. Natuurlijk ken ik het Afrikaanse land waar hij naar toe gaat een klein beetje en weet ik dat het er niet altijd veilig is maar ik verwacht dat ik hem gewoon weer heelhuids in mijn armen kan nemen ergens in maart… En nee, mooie vrouwen en andere wilde dingen daar heeft hij geen tijd voor, zegt hij 😉 en ben ik ook niet ongerust over. Ons vertrouwen in elkaar is sterk en je hoeft niet van elkaar verwijderd te zijn om iemand anders te ontmoeten, als het goed voelt hoef je daar geen angsten over te hebben. Dat is mijn vertrouwen in hem en in mijzelf.

Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Er zijn nou eenmaal mensen (JA, mannen ÉN vrouwen) die tijdens hun reis zonder partner de bloemetjes lekker buiten zetten. Dingen doen die ze anders nooit zouden doen of toch met een ander het bed induiken omdat het na jaren relatie wat saai is geworden tussen de lakens… Een ‘vakantieliefde’ zeg maar. Ineens weer de volle aandacht krijgen van iemand in plaats van de kinderen naar school brengen, de rekeningen betalen, koken en de vaatwasser uitruimen en al die andere dingen die je doet als je in de mallemolen zit die het leven heet. En ja, daar hoef je natuurlijk niet voor naar het buitenland te gaan, menigeen vind een andere liefde gewoon in hetzelfde dorp. Maar een vluchtige liefde ver weg maakt het wel wat makkelijker om thuis even te vergeten om uiteindelijk weer je vertrouwde (en misschien saaie) leven weer in te stappen.

Hoe zit dat bij jou? Zou jij het spannend vinden als je ineens een paar weken alleen zou zijn, zonder je partner in de buurt? Heb je er nachtmerries over, zie je allerlei ongelukken gebeuren of ben je juist blij dat hij/zij even weg is? Vertrouw jij je partner zodanig dat je hem/haar alleen op reis zou laten gaan? Of krijg je het stiekem toch een beetje benauwd bij het idee? Ben jij juist de persoon die de bloemetjes buiten zou zetten als je even uit je ‘normale’ leven zou stappen? Of heb je dat al een keer gedaan? En heeft dat de relatie verbeterd of juist niet? Ben je bang dat er iets ergs gaat gebeuren of heb je een rotsvast vertrouwen in je partner?

Vertrouwen, een basiswaarde voor een relatie. Voor sommigen een kernwaarde in hun leven waar ze niet zonder kunnen. Voor ons essentieel om helemaal onszelf te kunnen zijn in de relatie. Dus vertrouw ik mijn echtgenoot als hij me aankijkt en zegt dat ik zijn grote liefde ben, lekker gaat werken in Verweggistan en mij natuurlijk gaat missen. En weet ik dat we elkaar tijdelijk kunnen verlaten, elkaar binnen no-time weer gaan zien en uiteindelijk na een paar weken weer in de armen kunnen sluiten.

Het is nu nog even aan het idee wennen, we kunnen beiden slecht tegen afscheid nemen en vinden het toch best wel spannend dus de emoties vliegen thuis soms alle kanten op. Wat zijn zes weken op een mensenleven? Niet veel toch? Nee niet veel, maar ik tel de dagen af en hoop dat we het goed doorkomen, zonder heimwee en teveel gemis, om over een paar weken weer heerlijk op elkaar te mopperen, ik op zijn gesnurk en hij op mijn dekens-jatterij…

Photo by Mantas Hesthaven on Unsplash

Stiefmoeder

“Spiegeltje, spiegeltje aan de wand,
Wie is de mooiste van ’t hele land?”

De Koningin moest en zou de mooiste zijn. Helaas was daar haar stiefdochter Sneeuwwitje, en zij was nou eenmaal het mooiste van het hele land. Hoe hard de Koningin ook vocht, welke streken ze ook bedacht, ze delfde altijd het onderspit. En uiteindelijk werd ze zo slecht en lelijk van haar jaloezie dat ze nooit meer de mooiste van het land zou worden en stierf van haat.

Als je een bestaand gezin als partner instapt, man of vrouw, dan krijg je met meer dan alleen je geliefde te maken. Je wordt verliefd op iemand waar je niet meteen de kinderen en de gezinsdynamiek van meekrijgt. Dan verdwijnt de roze wolk en uiteindelijk draai je mee in het gezinsleven, de tweewekelijkse bezoeken, en de gezamenlijke vakanties en uitjes. Er gelden andere regels dan wanneer je met z’n tweeën bent.

Jaren geleden tijdens een lunchwandeling met een collega bespraken we mijn toenmalige relatie. Stiefmoeder van drie kinderen, samenwonend met mijn liefde en vol meedraaiend in de gezinsdynamiek. “Goh, dat is makkelijk, je hoeft ze niet te baren en toch heb je drie mooie kinderen, dat is misschien wel iets voor mij?” Voordelen heeft het ongetwijfeld. Je bent niet maanden misselijk, je voelt je geen enorme walvis, je mist de dikke enkels en striae, de opgezwollen en lekkende borsten en daarna heb je geen verantwoordelijkheden voor een kleine wurm die helemaal afhankelijk van jou is. Maar waar ik altijd positief over mijn gezin sprak, liet ik toen weten dat het niet altijd leuk is.

Als stiefouder ben je namelijk nooit echt onderdeel van het gezin. Je blijft de vriendin van papa of de vriend van mama. Je hoort er nooit helemaal bij. Je behoort open te staan en te zorgen voor de kinderen als ze er zijn, maar moet niet verwachten dat jouw zorg ook op prijs gesteld wordt. Je kunt je hart openstellen voor de kinderen maar moet niet verwachten dat er iets terug komt. Alle belangrijke momenten in een leven worden als eerste met de ouder of het kind gedeeld, en daarna komt het pas bij jou terecht. Er zijn namelijk mensen die eerder in de rangorde staan dan jij. Die band zal je nooit hebben, en dat moet je accepteren. Als ik heel eerlijk ben, terugkijkend op mijn keuzes en het verdriet wat ik er nu van heb, zou ik het graag anders hebben gedaan.

Jongen ontmoet meisje, ze worden verliefd, krijgen een relatie, en in vele gevallen in Nederland komt er een bruiloft en een paar kinderen. Je begint samen op een gelijk niveau aan dit leven en maakt alle ontwikkelingen samen door. Bij gecombineerde gezinnen heb je deze stappen niet samen genomen. Je partner heeft dat met iemand anders gedaan en jij wellicht ook met jouw voormalig partner. De relatie begint op een ander niveau en vaak loopt het ontdekken van elkaar, wat wil jij in het leven, wat vindt jij belangrijk, parallel aan het ontdekken van de kinderen, de ex die daar bij hoort en hoe je alle levens kan combineren.

De kunst van het stiefouder zijn is jezelf wegcijferen maar jezelf niet verliezen. Het belang van de kinderen staat altijd voorop, zij kunnen er immers niets aan doen dat de ouders een bepaalde keuze gemaakt hebben. En zolang je partner jou (en jij je partner) het gevoel kan geven dat jij er toe doet, dat er naar je geluisterd wordt, dat je juist heel belangrijk bent in het leven samen, dan is het accepteren dat je nooit op nummer 1 staat misschien wat makkelijker. Daarnaast moet je jezelf altijd op nummer 1 zetten, in het leven maar in zo’n relatie helemaal. Want de kinderen met de ex zullen altijd voor gaan. De liefde voor de kinderen is onvoorwaardelijk, die voor de partner meestal niet.

Mijn relatie heeft het niet overleefd. Toen de kinderen groter werden hebben wij elkaar niet op de eerste plek gezet en dat heeft de liefde veranderd. De kinderen zitten nog steeds in mijn hart, onvoorwaardelijk en verbonden. En dat maakte het uit elkaar gaan nog lastiger, want de liefde voor hem was veranderd maar de liefde voor de kinderen niet. Als vrijgezelle dame besloot ik dat ik niet weer een man met kinderen wilde, dat was te pijnlijk. Ik zou mezelf weer verliezen in mijn liefde voor de man EN de kinderen, en het risico dat mijn hart uiteen zou scheuren als de relatie geen stand zou houden wilde ik niet meer nemen. Missie mislukt.

Ik houd onvoorwaardelijk van mijn drie kinderen, die emmer loopt over. En er is genoeg voor alle stiefkinderen die nog op mijn pad komen. Ook de dochter van mijn lief zal ik met open armen ontvangen en alle liefde geven die ze wil krijgen. Maar fuck, mijn innerlijke ik, mijn eigen kleine meisje is doodsbang zich weer te verliezen in die liefde, en weer te realiseren dat de band die ik zo graag zou willen er nooit zal zijn. En dan is het gemis zo groot.

De Koningin zal ik niet zijn, nooit worden ook. Mijn stiefkinderen zullen altijd veel mooier zijn dan ik. En het feit dat de eerste plek niet voor mij is, zal ik moeten accepteren. Als mens, en helemaal als stiefouder, moet ik leren mijzelf steeds weer op de eerste plek te zetten, voor mezelf. Als me dat lukt, heb ik alle liefde van de wereld!