Lagom

Afgelopen week heb ik mijn eerste training gegeven en oh boy was dat een uitdaging. Hoe houd je mensen geïnteresseerd in het onderwerp wat je ze wilt uitleggen? En hoe zorg je er voor dat de snelheid van een training hoog genoeg is maar niet té hoog? Hoe kan je er voor zorgen dat de aandacht niet verslapt maar dat je wel alle deelnemers meekrijgt en dat ze snappen wat je vertelt? Wanneer vertel je de theorie en wanneer laat je juist dat voor wat het is? Hoe actief wil je de training maken zonder dat ze drijvend nat van het zweet naar huis gaan?

Pffff, ik heb het gedaan en wat was dat een overwinning op mijzelf. Hoeveel bewondering heb ik nu voor die trainers, mensen die workshops geven of spreken voor een groot publiek! Want het is niet zo makkelijk als sommigen het doen lijken. Goed voorbereid zijn, weten wat je wilt overbrengen, de tijd in de gaten houden, de deelnemers goed informeren, structuur blijven houden en tegelijk flexibel kunnen zijn. Ik heb me in tijden niet zo zenuwachtig en onzeker gevoeld.

Als groei een van mijn kernwaarden is, dan zou je denken dat ik groei juist fijn zou vinden, dat ik me wil blijven ontwikkelen. Ik twijfel en merk aan mezelf dat het er aan ligt hoe ik groei, of ik er zelf voor kies en hoeveel ik er voor moet doen of juist moet laten. En heel eerlijk? Ik vind het nu gewoon ff ruk! Want hoe makkelijk is het wanneer ik tegen de ander zeg dat hij/zij moet groeien, wat hij/zij zou moeten doen en welke richting ik op zou gaan als ik hem/haar was? Hoe fijn is het om te kunnen coachen, mensen dingen mee te kunnen geven, te luisteren en te kunnen adviseren zonder dat je zelf in die spiegel hoeft te kijken. Zonder dat je zelf hoeft te GROEIEN? Lekker in die comfort zone kunt blijven en jezelf niet op dat podium te zetten zodat mensen er iets van kunnen vinden?

Terwijl ik dit schrijf heb ik weer de kriebels in mijn buik. Mensen nieuwe dingen leren vind ik leuk om te doen. Maar waarom vind ik dat eigenlijk zo leuk? En waarom heb ik dan nu kriebels als ik de feedback terug lees? Omdat ik iets nieuws doe, echt iets compleet nieuws. Ondanks dat mensen zeggen dat ze mij écht als trainer zien en het zeker zien doen, ben ik het nu dus ook gaan doen. EN dan sta ik ineens op dat podium, waar mijn deelnemers van alles van mij vinden, met alle positieve en negatieve feedback. En juist die negatieve feedback blijft hangen…..

Want als mens wil ik altijd voor het beste, mooiste en hoogste gaan. Ik wil geen voldoende op mijn rapport, ik wil minstens een goed. Dus als je dan terug krijgt dat de training te langzaam is….. ben ik meteen in twijfel, is dit echt wat ik wil? Trainingen geven en mezelf dus ook blootgeven, mijn talent laten zien met als risico dat mensen het maar niets vinden………? En relax! Relativeren is ook een kunst. Want wat is negatieve feedback? Ik kan er weer van leren en dat is ook wat ik ze heb gevraagd; wees eerlijk, ik wil leren.  Dus ja, dit is wat ik wil!

Deze week zag ik meerdere berichten op Facebook over uit die comfort zone stappen, uit het donker en juist vol in dat licht gaan staan. Laat jezelf maar zien want jij mag er zijn. Zo dubbel voelt het nu voor mij, dat op het moment dat ik dat doe het meteen zó spannend voelt dat ik begin te twijfelen. Ik twijfel aan mijzelf, mijn kennis en kunnen, mijn ervaring en alles wat ik tot nu toe geleerd heb. Mijn hoofd maakt overuren en terwijl ik een lekkere cappuccino voor mijzelf maak zie ik wat ik heb ‘geplakt’ aan het begin van het jaar en zie ik de powervrouw, mijn rondje wereld die ik nu al gemaakt hebt, de tattoo die ik ga zetten, het aanraken van de ander, de stappen die ik ga zetten, de zon die schijnt, dat ik volmondig JA zeg en dat het ‘lagom’ mag zijn, precies goed dus!

Ondanks dat het zo makkelijk is om te blijven doen wat ik altijd deed, want dan weet ik in ieder geval wat ik zal krijgen, blijf ik stappen zetten richting mijn doel, mijn uitdaging en mijn wens: groei, voor iedereen…. Inclusief mijzelf!

Hello Sunshine!!

zon

 

De eerste zonnestralen schijnen naar binnen, de zon komt op naast de Engel, er is roering beneden op de straat, de markt wordt opgebouwd, de duiven hebben me gewekt en ik zet mijn kopje thee. Kijkend naar buiten hoop ik dat de winter echt wegblijft vanaf nu, geen nachtvorst meer om de planten op het dakterras te doen bevriezen en geen sneeuw meer zodat ik fatsoenlijk naar mijn werk kan fietsen. We kijken er allemaal naar uit, kruipen uit onze grotten en zoeken elkaar op de terrassen weer op, genietend van de warmte en het licht ontdooien we.

Toen ik naar de grote stad verhuisde vroegen mensen mij of ik de grote stad niet te koud en afstandelijk vond. Mensen in een dorp kennen elkaar beter, ons kent ons, en juist in de stad is het allemaal wat individueler kreeg ik te horen. De slager in mijn dorp weet wat ik lekker vind, waar ik woon en wie mijn familie is. In de stad ziet de beste man zoveel mensen dat hij echt niet kan onthouden of meneer Jansen nou alweer een slavink eet dit weekend of niet. Eerlijk gezegd weet ik de slager in Amsterdam nog niet te vinden….

In de stad zit je in een bepaalde snelheid, de fietsers ’s ochtends vroeg sjezen rijen dik als maniakken naar hun werk, en als je niet mee sjeest dan is de kans groot dat je een keer met je gezicht op het asfalt ligt. Wat mij dus ook al eens is overkomen. Je zult er voor moeten kiezen om in de flow mee te gaan, of niet…  Ik betrap mezelf erop dat ik ook mee sjees, op de fiets en in het leven. De rust vinden in een stad kan wel maar je moet heel bewust op de rem trappen of een versnelling lager gaan.

Het is een kunst om de kleine rustpunten in de drukte te ontdekken en er van te genieten. Tijdens het fietsen onverwacht contact maken, elkaar vriendelijk groeten, een glimlach geven om vervolgens weer ieder zijn weg te gaan. Een zwerver vriendelijk gedag zeggen, me niet beseffend dat bijna niemand dat doet, en van hem een liefdevol dankjewel mogen ontvangen. Even op het dakterras zitten, met een drankje en hapje, luisteren naar de geluiden op de markt en de vogels in de lucht, en me beseffen dat ik enorm veel geluk heb.

Nee, de stad is niet koud, afstandelijk of individueel, iedereen is juist meer dan welkom. Het hele leven wordt over het algemeen wat individualistischer. We communiceren via andere middelen dan voorheen, een persoonlijke kaart is steeds vaker een unicum en we zijn wat meer gericht op ons persoonlijk geluk dan op het geluk van de medemens. Natuurlijk is het prachtig als je persoonlijke aandacht krijgt van iemand, of het nou van de slager of de groenteman is, ook dat kan in de grote stad. Want Amsterdam is gewoon een paar dorpen bij elkaar, waar iedere buurt zijn eigen kroeg, restaurant, supermarkt, slager, bakker, groenteman en bloemist heeft. En als je als mens begaan en geïnteresseerd bent in de ander, krijg je dat uiteindelijk ook terug, stad of dorp, druk of rust, dat maakt helemaal niets uit. Die bal ligt bij jezelf, wat je geeft krijg je uiteindelijk weer terug.

De zon schijnt, heb mijn zomerjurken uit mijn dorp opgehaald en ga ze van het weekend maar eens wassen om die mottenballenlucht eruit te krijgen. Ja de tijd heeft stilgestaan, want wie gebruikt er in hemelsnaam nog mottenballen (!), en ik ga in mijn snelheid de rust even opzoeken. Dit weekend wordt het minstens achttien graden, ik ga genieten van de rust én de hectiek in de stad. Bye bye Winter en Hello Spring!!